Grijsverloopfilters

Eén van de grootste geheimen van landschapsfotografie, die een grote impact hebben op de foto’s die je kunt nemen, is het grijsverloopfilter. Verloopfilters worden veel gebruikt voor landschapsfotografie, omdat het belangrijk is dat het zowel in lichte delen als donkere delen genoeg detail zichtbaar is. Door een grijsverloopfilter te plaatsen is het niet meer nodig een compromis te vinden tussen uitgebeten luchten en diepe zwarte schaduwen.

Gradueel filter gebruikt

Bij fotografie heb je vaak te maken met compromissen. Beperkingen in de omgeving waar je fotografeert, het aanwezige licht en het onderwerp kunnen er toe leiden dat je niet helemaal je visie kunt uitleven. Dit komt bijvoorbeeld duidelijk naar voren als je op een mooie zonnige dag een gebouw dat in de schaduw staat fotografeert en ook die mooie blauwe lucht wilt meepakken.

Je zult dan zien dat de lucht wit wordt uitgebeten als je de belichting instelt op het gebouw of dat het gebouw erg donker wordt als je de belichting instelt op de lucht. Door ergens in het midden te gaan zitten met de belichtingsinstelling behoud je een gedeelte detail in het gebouw en een gedeelte detail in de lucht. Maar het is een duidelijk compromis en meestal komt het er op neer dat je kiest voor dat deel van het beeld dat het belangrijkst is en dus het meeste detail moet hebben.

Beperkingen

Dat je de keuze moet maken komt door een beperking die de sensor van elke digitale camera heeft, het dynamische bereik van de camera. Het dynamische bereik is het verschil tussen de lichtste delen en de schaduwen in een foto. Een digitale camera kan over het algemeen 7 F-stops (stappen naar links of rechts op de lichtmeter) contrastverschil aan, waar het menselijk oog makkelijk tot 10-14 F-stops contrastverschil kan zien.

Elke F-stop betekent een halvering of verdubbeling van de hoeveelheid licht die op de lens valt. Je kunt dit ook op je camera zien, de lichtmeter heeft vijf stappen van -2 (erg donker), -1 (donker) naar 0 (midden), +1 (licht) en +2 (erg licht). Ook in het histogram kom je deze verdeling weer tegen. In de ‘echte’ wereld is het verschil tussen de lichtste en donkerste delen vrijwel altijd maximaal 10 F-stops. Je camera mist dus nogal wat detail als je op pad gaat.

Stadhuis Leiden

Als de lucht heel fel is en de voorgrond erg donker dan is het contrastverschil al snel meer dan 5 stops en dan ga je detail in de lucht (wit uitgebeten) of de voorgrond (erg donker) verliezen. Soms kan dit een creatieve keuze zijn (zoals de foto hierboven), maar het kan soms ook een ongewenst effect geven. Om het contrastverschil te verminderen bestaan er een aantal mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is om gebruik te maken van een flitser om het donkere deel bij de lichten waardoor het contrastverschil afneemt. Het bereik van zo’n flitser is echter erg beperkt als je over gebouwen en landschappen praat.

Een andere truc om dit tegen te gaan is door verschillende foto’s van hetzelfde onderwerp te nemen en deze dan in een grafisch bewerkingsprogramma (zoals Photoshop, Paintshop Pro of Coreldraw) samen te voegen. Je creëert dan een zogenaamde ‘high dynamic range’ (hdr) foto. Dit is relatief veel werk en bij onderwerpen die bewegen heb je niet de tijd drie foto’s te nemen.

Dit kun je ook nog in een grafisch programma (zoals Adobe Lightroom of Adobe Camera Raw) opvangen door drie varianten van de foto te maken met verschillende belichtingstijden, een zogenaamde High Dynamic Range (HDR) foto. Als je in het RAW formaat fotografeert kun je dit zonder kwaliteitsverlies een heel eind redden. Echter detail die je hebt verloren (vooral in de lichte delen) tijdens het nemen van die ene foto kun je nooit meer terug halen.

Grijsverloopfilter

Cokin Filters

Hier komt de ‘Graduated Neutral Density Filter’ (in het Nederlands een ‘gradueel dichtheidsfilter’ of ‘grijsverloopfilter’) om de hoek kijken. Dit filter, dat je voor de lens plaatst, begint bovenaan donker en loopt dan langzaam over naar het onderste deel dat volledig doorzichtig is. Vergelijk het met de blauwe strook die op de voorruit van een auto zit. Het donkere deel zorgt er voor dat er minder licht op dat deel van de sensor kan vallen waardoor het contrastverschil tussen de lichte en donkere delen minder wordt.

Normaal gesproken plaats je het donkere deel over de lucht, met de overloop van donker naar licht op de horizon (over het algemeen op 1/3 of 2/3 van het beeld). Hierdoor valt er minder licht afkomstig van de lucht op de sensor, waardoor het contrastverschil tussen de lucht en de voorgrond minder groot wordt. Hierdoor heb je weer meer kans om in zowel de voorgrond als de lucht een detailrijk beeld te maken.

Voor landschappen met een prominente horizon met weinig verticale objecten kun je gebruikmaken van een filter met een harde lijn (hard graduated), heeft de scène één of meerdere verticale objecten, dan kan het beste gebruik worden gemaakt van een filter dat van donker naar licht verloopt met een zachtere overgang (soft graduated). Je hebt ook verschillende kleuren filters om bijvoorbeeld de scène blauw of geelachtig (tobacco) te maken.

Hoe goed een filter is wordt mede bepaald door of je echt neutrale kleuren hebt of dat er toch nog een blauwe of rode gloed over de foto valt. Lee Filters worden onder de beste filters gerekend, andere veelgebruikte filters komen van Tiffen, B+W, Hoya en Cokin (die laatste gebruik ik zelf, ook weer een compromis tussen kosten en effect).

Talisker Distillery

Afhankelijk van de lichtomstandigheden en het gewenste effect moet het donkere deel relatief licht of relatief donker worden. Daarom kun je de grijsverloopfilters in verschillende sterktes krijgen, alle aanbieders verkopen ze los maar ook als set. De waarde op het filter geeft aan met hoeveel stops het licht in het donkere deel afneemt.

Om het maar weer eens overzichtelijk te houden verschilt per fabrikant wat de waarde op het filter betekent. 1-Stop donkerder wordt bij B+W, Cokin en Hoya uitgedrukt als ND2 of ND2X, bij Lee en Tiffen wordt het uitgedrukt als 0.3ND. 2-Stops verschil is ND4 of ND4X en 0.6ND en 3-stops verschil is ND8 of ND8X en 0.9ND. Heb je maar geld voor een enkele filter, dan is de ND4/0.6 filter het beste compromis. Verder kun je de filters ook nog eens bovenop elkaar plaatsen waardoor je het effect nog verder versterkt.

Het is vanaf Lightroom 2.0 ook mogelijk om het grijsverloopfilter achteraf digitaal in te voegen en tot op zekere hoogte geeft dit hele mooie resultaten zonder te hoeven investeren in de filters. Toch zul je zien dat dit niet altijd het beste effect geeft. Is de lucht helemaal wit uitgebeten dan zal dit digitale filter hier niet meer detail uit kunnen halen.

De filters zijn ook een creatief middel om de scène te beïnvloeden, als je bijvoorbeeld een extra donker filter kiest dan zet je een donkere wolkenlucht nog eens extra aan of je maakt de elementen in de schaduw nog belangrijker in de foto.

Onderdelen

Voor een grijsverloopfilter heb je drie onderdelen nodig: de filter(s), de filterhouder en de filter adapter. De filters zijn vaak 100mm tot 130mm breed. Je moet in ieder geval zorgen dat alle lenzen waarvoor je het filter wilt gebruiken binnen die maat passen, 100mm is meestal voldoende. Bij groothoeklenzen krijg je soms op de wijdste stand zwarte randen in beeld, dan kun je de houder nog omdraaien. Er is dan ruimte voor één filter. Is dat te weinig dan is 130mm aan te raden (maar ook duurder).

De houder komt ook in één maat, breed genoeg om één of meerdere filters in te kunnen schuiven. De filterhouder kan zowel horizontaal als verticaal worden gebruikt. Sommige fotografen houden een filter tegen de lens gedrukt met één van hun handen, maar dit is alleen een werkbare oplossing als je gebruik maakt van een statief. Beter is zo’n filterhouder aan te schaffen, ze zitten standaard in de starterkits.

Het variabele deel in het geheel is de filteradapter, deze schroef je op de schroefdraad van de lens en per lensmaat heb je dus zo’n filteradapter nodig. De filterhouder wordt om deze adapter geklemd en zorgt er voor dat het filter zo dicht mogelijk tegen de lens wordt gedrukt zodat er zo min mogelijk interne reflecties kunnen ontstaan.

Ongeveer twee jaar geleden kocht ik deze set (die ik nog steeds gebruik) met 100mm filters voor mijn Canon 30D:

1 x Cokin Z Pro Grad ND Kit (drie sterktes filters, filterhouder en opbergmapje)
1 x Cokin Z adapterring 72 mm
1 x Cokin Z adapterring 77 mm

Op mijn huidige camera, de EOS 5D, met 17-40mm lens valt een stukje van de filterhouder in de lens op de wijdste stand als ik hem in de ‘goede stand’ gebruik, door de filterhouder om te draaien zijn er in de hoeken geen donkere randjes te zien. Heb je meer filters nodig, dan moet je op zoek naar een filter van 130mm breed.

Werkwijze

Als je op zoek bent naar de ideale belichting van een scène dan moet je eerst meten wat het contrastverschil is tussen de verschillende delen. Kies hiervoor de spotmeting instelling gecombineerd met de Av of de handmatige instelling (zodat het diafragma gelijkt blijft) op de camera. Dan richt je eerst op de lucht en druk je de sluiter half in en kijk je naar de sluitertijd die de camera aangeeft op een bepaald diafragma en vervolgens richt je op de grond en kijk je welke sluitertijd de camera dan aangeeft.

Vervolgens moet je berekenen hoeveel stops er tussen zitten en daar de 7 stops (als je gebruik maakt van het RAW formaat, anders 5) die de camera standaard kan zien vanaf halen. De waarde die overblijft is de compensatie die het filter moet bereiken om niet een uitgebeten lucht of donkere grond te krijgen. Let op, de meeste camera’s springen ook met 1/2 of zelfs 1/3 stop tussen de instellingen.

Als het contrastverschil 10 stops is en je camera sensor 7 stops maximaal aan kan, dan heb je 3 stops compensatie nodig in het lichste deel van de foto om het contrastverschil binnen de mogelijkheden van je digitale camera te brengen. Kies dan bijvoorbeeld voor een ND8/ND8X/0.9ND filter.

Is het contrast erg groot, dan betekent dit dat je veel stops verschil hebt tussen de lichte en de donkere delen en dan zul je filters moeten combineren. Je kunt er maximaal drie plaatsen in de houder. Tijdens een zonsondergang gebruik ik meestal de twee sterkste filters en haal ze langzaam weg als het contrast minder wordt.

Vaak doe ik het ook gewoon op gevoel en controleer ik het in het histogram op de camera of het gewenste effect wordt bereikt en maak dan eventueel een aanpassing. Over het algemeen is een ND4 (2 stops) voldoende voor de meeste situaties.

Let op, bij meerdere filters loop je wel kans op meer flare, zeker als er wat stof of vuil op zit.

Voorbeelden

Het effect van het filter zie je heel duidelijk in onderstaande voorbeelden. De luchten zien er veel heftiger uit, doordat veel meer van het detail van de lucht op de sensor wordt vastgelegd. Als je dan ook nog eens een spectaculaire lucht hebt, dan kan het effect erg dramatisch zijn. Ook zullen verder gelegen delen (die boven de horizon uitkomen) sterker worden weergegeven.

Old Man of Storr in Schotland

Ierland

Sunset at Gooimeer

Fairy Pools Schotland

View across the IJ towards Central Station, Amsterdam

Conclusie

Over het algemeen heb je dus veel meer detail in de lucht en voorgrond in je foto. Nadelen? Die zijn er ook, een Cokin setje met drie filters, een filterhouder en twee verloopringen om op je verschillende lenzen te schroeven kost makkelijk €200+. En dan staat Cokin nog niet het hoogst aangeschreven. Ook moet je oppassen met objecten die door de horizon snijden, ook zij zullen bovenaan donkere delen krijgen. Maar als je veel landschappen fotografeert/gaat fotograferen dan kan de aanschaf van een setje best de moeite waard zijn.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op DigitaleFotografieTips.nl. Bekijk ook die website voor meer fotografie tips!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>